Schrijftips

10 Tips voor het schrijven van Reisverhalen

Bedenk voor wie je je reisverhaal schrijft: voor jezelf, voor vrienden en familie of voor een onbekende lezer? Deze tips zijn bedoeld voor een ieder die een reisverhaal wil schrijven gericht op een anoniem publiek. Dat betekent dat je hoge eisen aan jezelf moet stellen en je moet afvragen of datgene wat je te vertellen hebt interessant is voor een willekeurige ander. Je moeder vindt het misschien boeiend om te horen dat je lekker geslapen hebt maar voor een buitenstaander is dat natuurlijk niet van belang, tenzij je heerlijk gedommeld hebt ondanks de vuistdikke spin, die je uit je bed hebt geplukt of dankzij het kruidendrankje dat de opvliegende Sjamaan voor je gebrouwen heeft. Kortom iedere zin die je in je reisverslag voor onbekende derde opneemt moet een grondige reden hebben.

Die reden kan zijn dat je sfeer wil overbrengen. Je wil de lezer onderdompelen in de vochtige hitte van de Tropen, in de ruige verlatenheid van de savanne, in de waanzinnige hectiek van een miljoenenstad. Dan ben je er niet door te constateren dat het erg druk is of dat je onder de indruk bent van het woeste landschap, dat zijn lege opmerking die bij de lezer niets oproepen, hoogstens verveling. Probeer de verlatenheid, de hitte, de hectiek te vangen in observaties: “het zweet loopt tappelings langs mijn nek” of “ik word voortgestuwd door een duizendkoppige menigte”. Meteen valt op hoe clichématig die zinnen klinken.

Besef dat je je lezers eerder meevoert op je tocht als je originele waarnemingen gebruikt. Hoe minder versleten schoenen je uit de kast rukt, hoe interessanter je verslag wordt. Dat is natuurlijk de kunst van het schrijven. Over een desolaat landschap in Namibië schrijft Ton van der Lee: “De zon zakt naar het westen boven een oneindig uitgestrekt, tijdloos landschap. Wuivend gras strekt zich als een kalm golvende zee naar de einder. Heel in de verte rijzen drie afgeknotte bergen eenzaam uit de vlakte omhoog. Hier en daar breekt een kameeldoornboom de horizon. Dit perfecte landschap straalt een gevoel van grote ouderdom en evenwicht uit.” Van der Lee roept de eenzaamheid van de woestijn op door onalledaagse beelden. Bij een minder uitgesproken omgeving mag je de werkelijkheid best interessanter maken dan ze is, zolang je de feiten niet uit het oog verliest.

Dik de omstandigheden aan maar houd je geloofwaardigheid in de gaten. Kijk hoe Jan Brokken over de hitte schrijft in Burkina Fasso: “Mijn lichaam wendde maar langzaam aan de hitte. Gutsend zweten was nog wel het minste wat je kon overkomen; het ellendigst waren de buikkrampen. Je blaas komt vrijwel droog te staan, het vocht stoomt door je huid naar buiten; ook al drink je zes liter per dag, het verdampt. Wat in je buik overblijft is het koolzuur van de dranken; door het gebrek aan beweging hoopt het zich allemaal op, enorme bellen die je de indruk geven uit elkaar te knallen.” Probeer het midden te houden tussen overdrijven en de kale feiten.

Laat je niet meeslepen door hoogdravende formuleringen en nog minder door opgeklopte fantasieën, die weinig met de realiteit te maken hebben, dan haakt de lezer af. Je bent in een ander genre beland. Reisverhalenschrijver, houd je bij je leest en doe inspiratie op bij andere auteurs. Dit schrijft Aya Zikken over het rumoer van Bombay: “De hele dag doe ik niets anders dan lopen door de mensenmenigte, opzij springen voor een taxi, een fiets, een ossenkar. Je kunt niet zomaar ergens blijven staan kijken, iemand aanspreken. Achter je dringt de mensenmassa op, jaagt je verder. Je raakt elkaar aan, schuift langs elkaar schouder, je kijkt in de ogen van een ander, ruikt de geur van die ander, maar er is geen contact. Niet meer dan een enkele glimlach, soms een geërgerd gebaar.” In simpele waarnemingen wordt de dynamiek van een menigte beschreven, bijna voelbaar.

Denk erom dat je relaas geen opsomming mag zijn van eindeloos achter elkaar geplaatste beschrijvingen. Bovenstaande alinea van Zikken wordt door deze zin gevolgd: “Urenlang houd ik het vol, dat lopen door de overvolle stad, maar het blijkt zinloos: je ziet niets, je spreekt niemand, er is geen communicatie.” Haar weergave van de hectiek in Bombay wordt afgewisseld met een persoonlijke noot, met de constatering van een innerlijke ervaring. Afwisseling is een vereiste.

Combineer verschillende stijlvormen: dialogen, persoonlijke bevindingen, ideeën, belevenissen en schetsen van de omgeving. Carolijn Visser is daar een meester in. Haar reisromans zijn nooit saai. Op één pagina geeft ze een indruk van de omgeving, noteert ze een dialoog, schetst ze een karakter. Lees deze alinea uit Tibetaanse perziken: - We klopten aan bij een piepklein huisje dat zo dicht aan de weg stond dat de grote vrachtwagens het bijna raakten. In een kamer verlicht door een kaars troffen we een familie aan de avondmaaltijd. Moeder, vader en twee zoontjes met rode wangen. Beleefd werden we genood plaats te nemen en Thomas deed zijn verhaal. De heer des huizes, een kleine, magere man, luisterde aandachtig. “In de Olka-vallei ben ik nooit geweest”, zei hij, “Maar ik kan jullie naar het Lhama Lhatso brengen. Ik ken een pad dat hoog over de bergen loopt, dat is goed begaanbaar, ook als het veel geregend heeft” In dit korte stukje tref je sfeer, typering, uitgesproken tekst en omgevingsfactoren aan. Iedere zin heeft betekenis binnen het verhaal.

Twee taalkundige tips die voor ieder genre gelden: Vermijd dezelfde woorden in één zin, in één alinea, liefst zelfs in één verhaal. Zoek naar synoniemen. De andere tip: schrijf je verhaal in één tijd, heden of verleden, hussel de tijden niet door elkaar en al helemaal niet in één zin. Ik trof deze regel aan in het vertaalde boek van Kevin Rushby, Op jacht naar de Berg van Licht, op blz 152: “Ik was blij dat ik geen zeeman ben”. Vertaler en redacteuren hebben er overheen gelezen, toch valt het de lezer meteen op.

Om te voorkomen dat je blind bent voor je eigen lelijke zinnen, tenslotte deze laatste tip: lees je verhaal hardop voor. Je stuit vanzelf op de erbarmelijke passages in je reisverhaal, die absoluut herschreven moeten worden!

Klaar om je eerste reisverhaal in te sturen? Hier lees je hoe!

Chinese lampionnen aan een koord. Mijn onvergetelijke reis