Ingezonden reisverhalen > Iran, tot ziens in het paradijs (?)

Iran, tot ziens in het paradijs (?)

Reisverhaal geschreven door Mark Weenink

Scheiding van kerk en staat, daar doen ze niet aan in Iran, dat voluit Islamitische Republiek van Iran heet. Religie is het fundament van de samenleving en alom aanwezig: thuis, op straat, op school en op het werk. Op de staatstelevisie zie je weinig anders dan imams, moskeeën en natuurbeelden met religieuze liederen op de achtergrond. Op de hotelkamer ligt (natuurlijk) geen bijbel, maar een doekje met een bidsteentje erin. Vrome moslims bidden namelijk vrij veel en (vooral) mannen zie je dan ook met een bidkettinkje lopen, een soort rozenkrans, waarmee ze het aantal Weesgegroetjes of het equivalent daarvan tellen. De moderne – of luie – moslim gebruikt zo'n klikdingetje, dat ook wel gebruikt wordt om grote aantallen mensen te tellen bij evenementen en zo. Een kompas biedt uitkomst als je niet weet waar het oosten (Mekka) ligt.

In Mashad, dat in het noordoosten van Iran ligt, staat de graftombe van imam Reza, die jaarlijks 14 miljoen pelgrims trekt. Mashad is de heiligste stad van het land en dat alles dankzij Reza, die opvolger # 8 van de profeet Mohamed was. Met hulp van boven heb ik een last-minute Mashad op de kop weten te tikken.

Het vliegtuig zit redelijk vol. Terwijl het klimt, begint een man (een imam?) Allah aan te roepen. Zeker de helft van de passagiers valt hem bij. Van mijn buurman begrijp ik dat het voor een behouden vlucht en dergelijke is en daar heb ik natuurlijk niets op tegen. Bij de landing herhaalt het tafereel zich en de gebeden hebben hun uitwerking niet gemist want na een prettige vlucht is de landing fluweelzacht. Nog voordat het vliegtuig uitgetaxi-d is, staan de pelgrims en masse op en pakken ze hun handbagage en beginnen mobiel te bellen.

Het geloof is in Mashad – net zoals in de rest van de wereld – big business. Het aantal hotels is schier oneindig en het Madaen hotel is mijn uitvalsbasis. Nadat ik ingecheckt ben, spoed ik mij naar de Holy Shrine, de graftombe van imam Reza, die overigens grotendeels niet toegankelijk is voor niet-moslims. Helaas pindakaas. Ik word ontvangen in het International Relations Office, met zachte tapijten op de grond (schoenen uit!) en het mooiste interieur dat ik, geloof ik, ooit gezien heb. Fatima, een vriendelijke dame die gekleed gaat in ni qaab (zo'n zwarte doek waardoor je alleen het gezicht van de vrouw ziet), leidt me rondom het gigacomplex, dat nog altijd wordt uitgebreid. "Wat vind je van de profeet Mohamed?", is haar openingsvraag. Ik antwoord dat ik niet zoveel van de goede man weet. "Wat vind je van de ni qaab?", vervolgt ze. Ik antwoord voorzichtig dat ik er niet zo'n fan van ben. Mijn antwoord verbaast haar niet en ze somt de voordelen ervan op. Zo worden de mannen niet in verleiding gebracht. Elkaar aanraken of zien als je niet getrouwd bent of familie, dat is ondenkbaar en kan alleen maar fout gaan. Bovendien voorkomt de ni qaab een hoop criminaliteit, doceert Fatima. Ik durf haar niet tegen te spreken. "Wij moslims geloven dat als we goed leven en Mashad bezoeken, dat we daarvoor na onze dood beloond worden. Dan gaan we naar het paradijs." gaat Fatima verder. Ik knik beamend en ze lacht me fijntjes toe. Ik geloof niet dat ze mij tezijnertijd in het hiernamaals verwacht tegen te komen.

Voordat ik wegga krijg ik nog wat informatie over de islam. Ik mag altijd bellen of mailen voor al mijn islamitische vragen. Met een lichte buiging nemen we afscheid van elkaar. Voor de pracht en praal van de moskeeën zou ik bijna overwegen moslim te worden. Als dit aardse leven al zo mooi is, hoe ziet het paradijs er dan wel niet uit? Wellicht dat ik Fatima dan ook weer tegen kom, dat zou leuk zijn. Ach, wie weet. Insha'llah.

< Terug naar alle ingezonden reisverhalen
Chinese lampionnen aan een koord. Mijn onvergetelijke reis